GEDICHT VAN DE WEEK

 

 

anoniem(16de eeuw)

AANTEKENINGEN

Strofe 1

regel 1 “Gheldeloos”: de lege geldbeurs wordt toegesproken

regel 4 “ghedoghen”: toestaan

Strofe 2

regel 4 “oorboren”: verorberen (eten en drinken)

Strofe 3

regel 1 “bierbanck”: kroeg

regel 3: Ik loop maar wat door de straten

regel 4: Als je niets hebt, geef je weinig uit

Strofe 4

regel 4 “boomkens tellen”:buiten zijn

Strofe 5

regel 2 “haest”snel

regel 3: dan ga ik door de achterdeur naar buiten

Strofe 6

regel 3 “vrouwe” (hier) : de waardin

Strofe  7

regel 2 “balghe”: maag

regel 3: mezelf volproppen

regel 4: daarop staat geen (dood)straf

Strofe 8

regel 4 “Walem” dorp bij (nu deelgemeente van) Mechelen, België. Deze naam is waarschijnlijk willekeurig gekozen.

Deze week weer een oud gedicht dat afkomstig is uit “Het Antwerps Liedboek”. In  week 32-2017 werd eerder een gedicht hieruit geplaatst. Toen schreef ik o.a: “Dit boek werd voor het eerst gepubliceerd in 1544 door Jan Roulans. Het bevat ” liedekens, oude ende nyeuwe” zoals de verzamelaar in het voorwoord schrijft.”

Nu betreft het een gedicht waarin de ik-figuur zich beklaagt dat hij door geldgebrek geen plezier meer kan maken met zijn vrienden.

Tekst, melodie en aantekeningen zijn uit de uitgave uit 2004 (van der Poel et al., uitg. Delta, Lannoo, Tielt)

 

 

 

REAGEER OP HET GEDICHT