GEDICHT VAN DE WEEK

 

 

WICHMAN (1890-1929)

De schrijver van deze week is wel een van de meest excentrieke en omstreden figuren van het interbellum.

Erich Wichman(n)[1] (1890-1929) was anarchist, antidemocraat en fascist in chronologische volgorde.

In de eerste hoedanigheid was hij medeoprichter van de Rapaillepartij, later kwam zijn antidemocratische en antimarxistische gezindheid[2] duidelijker tot uiting en uiteindelijk geraakte hij in fascistisch vaarwater. Hij was lid van “ De Bezem”. Zijn werk is naast het politiek ook beeldende kunst en pamflettair dichtwerk.[3]

Hij was  de broer van Clara Wichmann.

Hij werd door de nationaalsocialisten als voorloper beschouwd en “ geannexeerd”. Het nu geplaatste gedicht is daarvan een voorbeeld; Wichman heeft te kort geleefd om van standpunt te wijzigen. Of hij dit gedaan zou hebben is maar de vraag. In ieder geval is het te betreuren dat deze originele geest verdwaald is geraakt in abjecte kringen.

Het nu geplaatste gedicht is als inleidend gedicht toegevoegd aan de nationaalsocialistische bloemlezing  uit 1944   “Gelaat der dichters”, die ook aan Wichman is opgedragen. Het geeft de stemming aan van een in het vaderland teleurgestelde, overigens niet krachtig maar meewarig.

De keuze is gedaan om het geweten en de waakzaamheid in deze tijd levend te houden.

[1] De tweede “n” liet hij later weg uit zijn naam.

[2] Zie zijn brochure “Lenin stinkt”

[3] Daarnaast is nog zijn brochure “ Het witte gevaar. Over melkmisbruik en Melkzucht.” te noemen

 

 

REAGEER OP HET GEDICHT