GEDICHT VAN DE WEEK

 

Van Moerkerken (1877-1951)

 

De dichter van deze week is wat betreft zijn literaire activiteiten vooral bekend geworden door zijn proza en dan op de eerste plaats door zijn roman cyclus “De gedachte der tijden” die in zes delen beschrijft de lotgevallen van een aantal generaties van de 16de tot de 20ste eeuw.

Zijn laatste boek “Achter Het Mombakkes” beweert in lijn van een oude discussie dat Edward de Vere de schrijver is van de toneelstukken van Shakespeare.

In zijn poëzie, die hij vooral in zijn jonge jaren schrijft, is P.H. van Moerkerken (Middelburg,1877-Amsterdam 1951) een epigoon van de Tachtigers, hoewel een eigen geluid hem niet kan worden ontzegd.

Hij was aanvankelijk leraar Nederlands, later was hij vooral actief als beeldend en toegepast kunstenaar. Vanaf 1921 was hij hoogleraar aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. In zijn werk komt ook zijn visie op kunst en maatschappij naar voren: in zijn leven werd hij van lidmaat van de Waalse kerk uiteindelijk socialist.

Het gedicht van de week beschrijft (in de eerste twee strofen) de overgang van waken naar slapen die vredig verloopt zoals wij allen onze nachten wensen te zijn. In de laatste strofe verwijst de dichter naar een paradijselijke toestand, de (droom)wereld van de nacht.

Het gedicht is afkomstig uit de uitgave “XXX Verzen” uit 1907.

reageer op het gedicht