Wat een prachtig gedicht! Mij treft bij Bredero altijd de warmte van zijn toon, zijn authenticiteit, naast de perfecte klassieke vorm. Als ik het goed heb is dit weer een voorbeeld van een paraklausithyron, een jammerklacht van de minnaar bij de gesloten deur van zijn geliefde, Je gaf er eerder voorbeelden van uit het werk van dezelfde dichter. Ze zijn bekend uit de klassieke Griekse en Latijnse liefdespoëzie en ook uit de liederen van Schubert, De stoep voor de gesloten deur is nat van de tranen van de minnaar.
