In mijn eerste jaar culturele antropologie in Leiden (1966-67) was het college 'niet-westerse sociologie' van prof. Van Lier verplicht. Dat was geen straf, integendeel. Rudi van Lier had een groot oratorisch talent en gaf college uit de losse pols, met veel verwijzingen naar de filosofie. Hij eiste van de studenten dat ze de inleiding in de filosofie van Von Wiese (in het Duits) lazen. En dat deden we braaf. Hij ergerde zich zichtbaar aan luie en ongeïnteresseerde studenten (zie gedicht). Hij was een bijzondere man. Zijn proefschrift ging over Suriname: "Samenleving in een grensgebied," een indrukwekkende studie.
