Een gedicht dat ook bij herhaalde lezing aan mij zijn geheimen niet prijs geeft. Een vraag over de toelichting. Je schrijft:
'Uiteindelijk wordt de lezer toch door de dichter op het verkeerde been gezet, hij heeft (terecht) het laatste woord.’
Met “hij" wordt dus, neem ik aan, de lezer, bedoeld, niet de dichter. Wat mij bijblijft is een ‘omgekeerde wereld’. De boot zinkt omhoog,
'Uiteindelijk wordt de lezer toch door de dichter op het verkeerde been gezet, hij heeft (terecht) het laatste woord.’
Met “hij" wordt dus, neem ik aan, de lezer, bedoeld, niet de dichter. Wat mij bijblijft is een ‘omgekeerde wereld’. De boot zinkt omhoog,
