Geachte heer Mostert,
Hierbij mijn reactie op gedicht 33:
Een aangrijpend sonnet over liefdesverdriet dat altijd duurt. Ik houd van deze dichtvorm en waardeer de begrijpelijke dichttrant van Brederode. Dank voor uw heldere toelichting en de betekenisverklaring van die oude woorden.
Dit sonnet brengt me meteen bij de sonnetten van Petrarca in de bundel “De mooiste van Petrarca” ( samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem en vertaald door Ike Cialona e.a.)
De eerste strofe van sonnet 95 getuigt van Petrarca’s onmacht zijn verdriet te beschrijven over de onbereikbaarheid van zijn geliefde Laura:
O, als ik ooit zo goed in verzen dwing
al wat ik in mijn hart bedwingen moet,
dan bracht ik ook het allerwreedst gemoed
door meelij wel tot droeve mijmering.
Met vriendelijk groet,
Minke Slok- Zwaan
Hierbij mijn reactie op gedicht 33:
Een aangrijpend sonnet over liefdesverdriet dat altijd duurt. Ik houd van deze dichtvorm en waardeer de begrijpelijke dichttrant van Brederode. Dank voor uw heldere toelichting en de betekenisverklaring van die oude woorden.
Dit sonnet brengt me meteen bij de sonnetten van Petrarca in de bundel “De mooiste van Petrarca” ( samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem en vertaald door Ike Cialona e.a.)
De eerste strofe van sonnet 95 getuigt van Petrarca’s onmacht zijn verdriet te beschrijven over de onbereikbaarheid van zijn geliefde Laura:
O, als ik ooit zo goed in verzen dwing
al wat ik in mijn hart bedwingen moet,
dan bracht ik ook het allerwreedst gemoed
door meelij wel tot droeve mijmering.
Met vriendelijk groet,
Minke Slok- Zwaan
